Gemma-lied

 

O Gemma, gave uit Gods Hand
veredeld tot een diamant:
werd Gij tot glorie van Gods kerk,
een wonder van Gods liefdewerk.

Gedoopt met water, Geest en vuur,
gelouterd door Gods liefde puur,
gelijkend op zijn een’ge Zoon,
ging U zijn weg van kruis naar kroon.

Wat waart Gij in uw eenvoud groot,
steeds dankbaar voor wat God u bood;
van hem aanvaard’ U vreugd’ en pijn,
om waarlijk Christus’ Bruid te zijn.

Gehoorzaam deed Gij steeds uw plicht,
op God en evenmens gericht;
de liefde maakte U bekwaam
om immer blij die weg te gaan.

Gij, Gemma, weet wat lijden is,
help ons in zorg en duisternis.
Wees door de kracht van Christus’ kruis
een wenkend licht uit ’t Vaderhuis !

Bid dat Gods volk in ´t pelgrimsoord,
één blijft in trouw aan Jezus´ woord;
dat het verspreidt de goede sfeer;
de liefdegeest van ons Heer.

O GEMMA, VANUIT DE HEMEL BLIK NEER
WIJ PRIJZEN EN DANKEN MET U ONZE HEER !