Gemma in deze tijd

Preek Gemmafeest 2004

Iedere tijd heeft een behoefte aan zijn eigen heiligen, heiligen die aan de voorstelling van die tijd voldoen. Heiligen die een nood en probleem van die tijd uitdrukken.
Zo’n heilige is Gemma. Gemma is als heilige echt een kind van haar tijd. En terwijl ik dat zeg, ben ik mij er van bewust, dat Gemma ook veel lijkt op onze Nederlandse Lidwina van Schiedam, van wie de meesten van ons alleen weten dat zij op het ijs viel, en toen op een verschrikkelijke manier ziek werd. Lidwina leefde een paar honderd jaar eerder dan Gemma. Blijkbaar heeft ziekte iets van alle tijden. Ziekte, lijden, neergang: het behoort tot onze natuur. Ziek worden, je krachten verliezen, de dood voor ogen: hoe ga je daarmee om?

Gemma van Lucca dus als de Italiaanse Lidwina van Schiedam. Je zou over haar leven geen boeiende roman kunnen schrijven. Want haar leven is zonder merkbaar avontuur. Meestal was ze ziek. En wat valt daar voor spannends over te schrijven?

Gemma werd geboren in 1878 in de Toscaanse stad Lucca. Ze stierf in 1903, nauwelijks 25 jaar oud, op de drempel van de nieuwe tijd. Uitvindingen zoals de auto, de stoommachine, de telefoon en de telegraaf waren al gedaan. De nieuwe tijd zat er aan te komen. De tijd van razendsnelle veranderingen, van twee wereldoorlogen, van steeds snellere informatie en verkeer, van ingrijpende ontwikkelingen op gebied van godsdienst en religie. Een tijd die bij ons eindigt met de computer en digitale ontwikkelingen, in onze tijd.

Iedere keer, wanneer ik met Gemma geconfronteerd wordt, voel ik een soort van medelijden met deze jonge vrouw. Haar leven had zo anders kunnen zijn. Zij was een knappe verschijning, zij kon goed leren, zij had net zo goed een charmante vrouw hebben kunnen worden, geestig en gevat, vlot en door iedereen aanbeden.
Maar wat zie je? Een teruggetrokken figuur, die praktisch alleen op straat komt om naar de kerk te gaan, vormeloos en onmodieus gekleed.
Geen leven als van andere jonge meisjes: vrolijk, onbezorgd, giechelend met haar vriendinnen, vol levenslust. Zo zou je haar eigenlijk liever gezien hebben.

De ziekte trekt een streep door alle plannen van mensen. Het verandert het eigen leven en dat van je dierbaren. Dat kan men ook van Gemma zeggen. Haar ziekte trok een streep door de rekening. En dat al vroeg. Zij was zo jong, een plan voor haar leven zal zij niet gemaakt hebben. Één ding was haar echter duidelijk: zij wilde een heilige worden. Dat schijnt haar diepste wens geweest te zijn. Maar hoe moest zij dat doen, ziek als zij was? Gebonden aan bed en ziekenkamer?

Gemma heeft veel meegemaakt in haar jonge leven. Te veel, voor een gewoon mensenkind. Als kind moest zij afscheid nemen van haar moeder. Toen ontviel haar haar geliefde broer, en een aantal jaren later verloor zij haar vader. Als jong mens stond zij alleen. Zoiets vreet in op een mensenleven. Zij was zonder huis, dan weer bij die wonend, dan weer bij anderen. Deze belevenissen lieten aan het jonge meisje al vroeg de ernst van het leven kennen. En de betrekkelijkheid van het leven. Haar godsdienstige instelling, toch al sterk door haar moeder gestimuleerd, zal er zeker door versterkt zijn.

Wij zeggen: zoveel dingen, die Gemma meemaakte, zetten een streep bij haar door de rekening. Maar zó redeneerde zij niet. Wij zeggen wel eens: je moet je ziekte accepteren, je moet er mee leren leven.
Maar Gemma accepteerde haar ziek-zijn niet alleen, zij leerde te leven met haar ziekte omdat ze toch geen andere keuze had. Het is misschien een beetje raar gezegd, maar het tekent haar geloof: zij verlangde er naar. Zij nam ziekte en lijden aan als een geschenk van God. “Zozeer heeft God haar liefgehad, dat Hij haar niet spaarde.” Met deze variant op het evangelie wil ik aangeven hoe het bij haar geweest is. Al weet ik, dat ik toch altijd tegen de buitenkant aankijk, en het niet zo eenvoudig is om het innerlijk van Gemma weer te geven.

Ziekte en lijden als een geschenk van God aanvaarden als een geschenk van God te aanvaarden, dat zou ik niet van mezelf, noch van die zieken die ik ontmoet, willen vragen. Maar Gemma deed dat zo, eenvoudigweg en zonder groot vertoon. In het heilige zo gewoon mogelijk, in het gewone zo heilig mogelijk.

Hoe ga je om met de dingen die je levenspad kruisen, met de pijn en het lijden, met verlies en met ziekte? Als Gemma haar lijden accepteert als geschenk van God, dan zie ik dat met veel schroom. Alsof hier iets heel intiems gebeurt, tussen God en Gemma. Tenminste zo voel ik dat. Een verhouding die enkel voor Gemma en haar Schepper is, waar ik buiten sta natuurlijk, omdat het iets heel eigens is voor Gemma met haar God. Maar ik mag me daar wel aan optrekken, want ook ik ervaar ziekte, neergang, en afname van mogelijkheden. De ziekte is Gemma’s louteringsberg, haar woestijn, haar klooster, haar weg naar de heiligheid, want dat wilde ze worden.
Daarmee stelt Gemma ons voor de vraag: “Hoe ga je om met ziekte en lijden in je leven? Wat voor plaats krijgt dat wanneer ziekte je overvalt? En wat voor plaats heeft de zieke in onze maatschappij? Hoe gaan wij om met zieke mensen, zwakke mensen, mensen die hun eigen leven maar met moeite kunnen organiseren?”
Een uiterst moderne vraag aan ons in deze tijd! Want wij proberen ziekte uit ons leven te bannen, wij proberen onze gezondheid zelf in de hand te houden. Wij vertrouwen eerder op de menselijke kennis en de medische wetenschap. Wij hebben God niet nodig. De mens vertrouwt op zijn eigen kracht. En dat is heel goed. Maar waar het niet lukt, waar ziekte toch niet bestreden kan worden, waar leed toch niet uitgewist kan worden, hebben wij de neiging om de andere kant op te kijken. Ziekte en lijden mogen niet tot het leven behoren. Dat komt niet overeen met onze droom. En wij kijken weg.

Een heilige wilde Gemma zijn. Het lijden was haar weg tot die heiligheid. Zij wilde één worden met de lijdende Christus. Haar lijden leggen naast het grote lijden van haar kruismeester, in wie het hele lijden van de wereld samenkomt. En op die weg zal zij kennis maken met diepe ervaringen en heftige emoties. Van intense beleving van de vereniging in de communie, die gesprekken met Jezus worden, tot aan gevoelens van diepe duisternis in je ziel, fundamentele twijfel, verscheurende onzekerheid die zich uit in de gedaante van strijd met de duivel. Heftige gevoelens bij haar, maar wij kennen die gevoelens in een mindere heftige vorm ook, denk ik. Twijfel, onzekerheid, behoefte aan vergeving.

Gemma is een kind van haar tijd. Zij denkt en voelt in de geloofsuitdrukking van die tijd. Maar ze deed het op haar eigen manier. Op een misschien wat kinderlijke manier, die wij niet meer zo goed kunnen begrijpen. Haar eenvoudige omgang met Christus, haar gebedsleven, haar getekend zijn door het lijden van Christus, de wonden die zij droeg, de stigmata, het bloed dat vloeide alsof christus in haar opnieuw gekruisigd werd. Het is toch haar manier. Dat hoeft niet onze manier te zijn en dat zou ook niet kunnen.
Maar Gemma kan ons aanmoedigen de weg te gaan zoals die voor jou is weggelegd. Jouw leven als mogelijkheid om God te ontmoeten. Jouw leven als weg tot God.
En dat is wat ons kan troosten en steunen. Ga de weg die je denkt met god te moeten gaan.

Gemma heeft de wereld niet veranderd, zij heeft geen religieuze beweging losgeslagen, zij heeft geen nieuwe denkbeelden ontwikkeld. Zelfs is zij niet Passionistin geworden, wat haar diepe wens was. Maar zij heeft in alle eenvoud haar lot gedragen, in een diepe verhouding met God en met Christus. Je zou op haar de woorden van Jezus in het evangelie kunnen toepassen. “Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen hebt gehouden voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kleinen.” Want ook de kleinen dragen bij tot het Rijk Gods. Ook het kleine draagt bij tot het welzijn van de wereld.
Klein zijn. Je moet er wel de moed voor hebben om jezelf zo te zien. En toch wil ik het woord van Jezus, dat zeker voor Gemma geldt, ook voor mij gezegd laten zijn: “Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Want mijn juk is zacht en mijn last is licht.”